.

Wie een hoogstam boomgaard wil beginnen moet zich goed beraden op doel en uitvoering. Het gaat immers om een lang lopend projekt en het zou heel vervelend zijn als je na een aantal jaren tot de ontdekking komt dat je het toch eigenlijk anders had moeten doen.

Vragen die meespelen:

  • Is het perceel waar je wil aanplanten voldoende geschikt? Structuur van de grond en grondwaterstand zijn daarbij de belangrijkste factoren. Land is ongeschikt als er regelmatig plassen staan, omdat de grondwaterstand te hoog is of de klei te zwaar verdicht. Een laag liggend perceel zou je kunnen ophogen (stem de aan te brengen aarde goed af op de aanwezige grondsoort!).  Of eventueel ruggen en greppels aanbrengen en de bomen op de ruggen aanplanten. Op een slecht doorlatend perceel zou je eerst kunnen ploegen of zelfs diepploegen om storende lagen te doorbreken (probeer dan eerst een beeld te krijgen van het bodemprofiel). Als een perceel erg droog is of 's zomers droog valt zul je in droge zomers water moeten geven.
  • Is het perceel nog omgeven door bomenlanen en dergelijke? Probeer hierover afspraken te maken met omwonenden of bermbeheerders want de hoogstam boomgaard heeft vooral behoefte aan licht en lucht en heeft eigenlijk alleen maar hinder van een windsingel.
  • Hoe stem je het assortiment en de boomtypes af op je doel? Heb je een historische invalshoek dan zou je nog kunnen nagaan welke rassen en boomtypes werden gebruikt in de tijd en de regio die je voor ogen hebt. Doe je het vooral om het esthetische en de natuur neem dan rassen (of wilde soorten) die weinig onderhoud nodig hebben. Wil je het fruit ook gebruiken kies dan een assortiment met de gewenste spreiding in rijptijd en gebruiksmogelijkheden (voor de één is dat zoveel mogelijk spreiding en de hele nazomer plukken, de ander wil juist zoveel mogelijk in korte tijd plukken en afzetten of bijvoorbeeld versappen). En van groot belang: kies een sterke onderstam (bij voorkeur zaailing) om op de langere duur ook werkelijk het gestelde einddoel te kunnen halen.
  • Ook het plantverband is van belang. Gebruik bij voorkeur grote plantafstanden. Echte hoogstamreuzen hebben uiteindelijk kronen van meer dan 10 meter doorsnee en zouden elkaar niet moeten raken! In de fruitweides werd vaak op 12 meter onderlinge afstand geplant. En het is een wijd verbreid misverstand dat peren altijd smaller zouden moeten zijn! Fruitweides danken hun mooie parkachtige uitstraling vaak aan de ruime opzet en herhaling van boomtypes in de rij. Je krijgt dan als het ware 'lanen' van fruitbomen in de boomgaard.
  • En tenslotte is nog van belang welk gebruik nog meer wordt gemaakt van de boomgaard. Wordt er gemaaid of komt er vee grazen. Onderschat het vee niet want ze kunnen de bomen tijden lang ongemoeid laten maar dan plotseling alle bast wegvreten en de boom ten gronde richten. Ook zijn vaak voorzieningen nodig tegen vraat door wild (hazen en reeën en woelratten bijvoorbeeld).